Wetenschappelijk onderzoek Lucertis


Lucertis voert regelmatig onderzoek uit naar ziektebeelden en behandelmethoden, met als doel het verkrijgen van meer informatie over specifieke aandoeningen en het vinden van de meest effectieve behandelingen. Daarbij werken we veelal intensief samen met onderzoeksinstituten, universiteiten en specifieke opleidingen.
De onderzoeken kunnen worden onderverdeeld in de rubrieken Routine Outcome Monitoring (ROM), programma evaluatie en overig wetenschappelijk onderzoek.

Onderzoeksjaarverslag Lucertis 2009

1. ROM
Lucertis vindt het belangrijk om onderzoek te doen naar de effectiviteit van onze zorgverlening, en wel op het niveau van afzonderlijke programma's.
Om deze reden wordt binnen de instelling Routine Outcome Monitoring (ROM) geïmplementeerd: een belangrijke methode om de kwaliteit en de transparantie van de zorg te verbeteren. ROM houdt in, dat de klachten en het functioneren van cliënten met een serie gevalideerde meetinstrumenten, in de vorm van vragenlijsten of interviews, worden gemeten, aan het begin van de behandeling, bij tussentijdse evaluaties, en aan het eind van de behandeling.

De ROM-data kunnen zowel op individueel niveau worden teruggekoppeld als op groepsniveau worden geanalyseerd, waarmee aan de vraag naar externe verantwoording kan worden voldaan. Tenslotte kan met de ROM-data ook nader wetenschappelijk onderzoek worden verricht.
Lucertis heeft er m.b.t. ROM voor gekozen om aan te sluiten bij het landelijke initiatief van Jeugd GGZ instellingen verenigd in ROMCKAP, en is daarbinnen één van de pilotinstellingen. In 2009 zijn de instrumenten gekozen, evenals het moment van afname en de wijze waarop de data worden verwerkt en getransporteerd.

In De Fjord wordt de effectiviteit van de orthopsychiatrische behandeling al een tiental jaren doorlopend getoetst. Dit gebeurt door het structureel verzamelen en analyseren van patiënt- en behandelingsgegevens. Ook follow-up onderzoek hoort daarbij; een jaar na beëindiging van de behandeling worden vragenlijsten afgenomen die een beeld geven van de leefomstandigheden en de stabiliteit van het behandelresultaat op dat moment. Sinds 2006 worden jongeren die vijf jaar of langer met ontslag zijn benaderd voor een interview over hun leefomstandigheden en welzijn. De effectmetingen van De Fjord leveren niet alleen voldoende empirisch materiaal op om beleid of doelstellingen te toetsen en gefundeerde beleidsbeslissingen te nemen, maar vormen ook de basis voor veel andere onderzoeksactiviteiten van De Fjord.

2. Programma evaluatie

De effect- en tevredenheidsmetingen van De Fjord passen in een cultuur van voortdurende programma evaluatie. Andere onderzoekingen van De Fjord op dit terrein zijn 1. het onderzoek met behulp van CDOI naar het behandelklimaat op de dagbehandeling en 2. het multicenter onderzoek orthopsychiatrie Nederland dat door Prismant in opdracht van het Landelijk Platform Orthopsychiatrie bij verschillende instellingen is uitgevoerd.
Het tweede onderzoek heeft onder meer duidelijk gemaakt welke omissies er nog bestaan in de zorg voor de orthopsychiatrische doelgroep, en in 2009 geleid tot een rapport met aanbevelingen aan het ministerie van VWS.

Ook is in 2009 is een evaluatie onderzoek uitgevoerd bij de ACT Jeugd teams van Lucertis. Doel van dit onderzoek was het in beeld brengen en toetsen van het zorgaanbod en van de behaalde doelen m.b.t. de zorg bij de jongeren. Het onderzoek omvatte zowel een proces- als een effectevaluatie. Het onderzoek draagt met een beschrijving van de zorgverlening en van de behaalde resultaten bij aan een reflectie op het zorgaanbod, en daarmee aan kwaliteitsbevordering van de zorg. Verwijzers en externe beleidsmakers kan het meer zicht geven op de functie die ACT Jeugd vervult voor een moeilijk te bereiken doelgroep. Het onderzoek is in december 2009 afgerond met een publicatie.

3. Overig wetenschappelijk onderzoek
Dit onderzoek verschaft meer informatie over specifieke aandoeningen en/of heeft betrekking op de effectiviteit van bepaalde interventies. Het omvat zowel onderzoek waarbij de hoofdonderzoeker een medewerker van Lucertis is als participatie in extern onderzoek.

De volgende onderzoeken zijn in 2009 afgerond:

• Het effect van een gedragstherapeutische "Nanny" training voor kinderen met ernstige gedragsstoornissen, een onderzoek van Lucertis en de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam, met subsidie van de Stichting Gezondheidszorg Spaarneland.
Bij gezinnen met kinderen met ernstige gedragsstoornissen met of zonder comorbiditeit (ADHD, PDD, NLD etc.) is onderzocht of de opvoedingsvaardigheden van ouders meer zouden verbeteren, de opvoedcompetentie zou vergroten en de ouderlijke stress zou afnemen door de intensieve kortdurende nanny-thuisbehandeling ‘Kort maar krachtig', in vergelijking met reguliere zorg. Ook hebben we de tevredenheid van ouders over de behandeling gemeten. Uit de resultaten blijkt dat er een significant behandeleffect wordt gevonden op de opvoedstress, de opvoedingscompetentie, de opvoedingsvaardigheden en de tevredenheid van de ouders.

• N=1 studie naar het effect van neurofeedback bij kinderen en jongeren met psychiatrische problematiek, een onderzoek van Lucertis en de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht, met subsidie van de Stichting Gezondheidszorg Spaarneland.
Op grond van de bevindingen van deze pilotstudie wordt geconcludeerd dat de NF-training meer dan veelbelovend is. Aanbevolen wordt om NF-training met name in te zetten bij cliënten met overwegend ADHD-problematiek, en de behandelingen kritisch te volgen door middel van effectonderzoek, bijvoorbeeld een vergelijking van het effect van verschillende behandelmethoden (farmacotherapie, gedragstherapie, oudertraining, computertraining) bij vergelijkbare cliënten. Ook wordt aanbevolen QEEG-metingen te verrichten bij het inzetten van NF-training in de klinische praktijk, en die tevens te gebruiken bij het andere behandelingen, vooral op het gebied van ADHD-stoornissen.

De volgende onderzoeken lopen door na 2009:
• ADHD en computergaming, een onderzoek van Lucertis en de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam, met subsidie van de Stichting Gezondheidszorg Spaarneland.

We gaan na in hoeverre een gamingversie van een executieve functietraining zorgt voor een reductie van het aan ADHD gerelateerde probleemgedrag op school en thuis, zowel op de korte als op de lange termijn. Daartoe wordt de effectiviteit van dit computerspel onderzocht in de reguliere behandelpraktijk (studie 1). Daarnaast wordt er in 2010 een behandelstudie gestart waarin de werkzame mechanismen van behandeling worden onderzocht (studie 2).

• Autisme krijgt kleur - Persoonlijkheid in autismespectrum, een onderzoek van Lucertis en ErasmusMC Sophia.

Wanneer iemand een diagnose (ASS) autisme spectrum stoornis heeft, is daarmee nog weinig gezegd over zijn temperament, karakter en persoonlijkheid. Het kennen van de persoonlijkheid is een meerwaarde voor de behandeling en maakt sterke en zwakke kanten van de individu met ASS beter inzichtelijk. Een dimensionele persoonlijkheidsbeschrijving is nuttiger om na te streven dan een categoriale (zoals in de DSM-IV) Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders persoonlijkheidsbeschrijving, met aandacht voor de adaptieve aspecten van de persoonlijkheid. Het onderzoek brengt zowel de positieve (ofwel adaptieve) als de negatieve aspecten van de persoonlijkheid bij mensen met ASS in kaart.

• Van regulatiestoornis naar specifieke psychopathologie, een onderzoek van Lucertis, het Instituut voor Psychologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam en het ErasmusMC Sophia.

Babylon, de baby-peuter dagbehandeling van Lucertis, is één van de weinige settings in Nederland waar kinderen van 0-4 jaar en hun ouders geobserveerd en behandeld kunnen worden als er sprake is van ernstige emotionele, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen bij het kind. De behandeling op Babylon richt zich vooral op het vergroten van pedagogische vaardigheden van de ouders. In deze beschrijvende retrospectieve follow-up studie wordt onderzocht wat het beloop is van kinderen die met een regulatiestoornis volgens de DC 0-3 behandeld zijn en welke factoren daaraan gerelateerd zijn. Vraagstelling: welke factoren hebben voorspellende waarde als gekeken wordt naar het overgaan van een DC 0-3R diagnose regulatiestoornis (T1) naar het al dan niet ontstaan van specifieke psychopathologie op latere leeftijd (T2).

• Ouder-kind interactie in klinische subsamples, een vergelijking in ouder-kind interactie van peuters met een pervasieve ontwikkelingsstoornis, een regulatiestoornis of een andere psychiatrische diagnose, een onderzoek van het Instituut voor Psychologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam bij cliënten van Lucertis.
In deze studie worden ouder-kind interacties onderzocht in een klinische populatie van peuters. Er zal een vergelijking worden gemaakt in ouder-kind interactie tussen peuters met een pervasieve ontwikkelingsstoornis, peuters met een regulatiestoornis en peuters met een andere psychiatrische diagnose. Ook zullen peuters uit de normale populatie worden meegenomen in de vergelijking. De interactie tussen ouder en kind wordt geobserveerd en gecodeerd. Met vragenlijsten zullen de risicofactoren temperament en parental self-efficacy in kaart worden gebracht.

• Zin en onzin van het onderscheid in ontstaansmoment van gedragsproblemen in een orthopsychiatrische populatie, en onderzoek van Lucertis, GGD Rotterdam e.o. en ErasmusMC Sophia Kinderziekenhuis.
Op basis van epidemiologisch onderzoek (Moffit e.a.) wordt telkens duidelijker hoe bepalend het moment van aanvang (early v.s. adolescent onset) is voor het verloop van de gedragsproblemen. Uit dit onderzoek blijkt dat de meerderheid van de op De Fjord behandelde jongeren tot de ‘early onset' groep behoort. De groep wordt door sommige onderzoekers ook wel ‘life course persistent' genoemd en blijkt bij de reguliere interventies grotendeels therapieresistent. Uit het huidige onderzoek blijkt echter dat ook deze groep baat heeft bij de behandeling op De Fjord. Het onderzoek zal leiden tot een nadere differentiatie van de doelgroep en daardoor tot een betere afstemming van het behandelaanbod.

• Onderzoek naar de therapeutische alliantie, een onderzoek van Lucertis.
Omdat er voor de doelgroep geen evidence based behandelvormen zijn ontwikkeld, wordt met behulp van CDOI onderzocht hoe de behandeling op de polikliniek van De Fjord aanslaat. Er worden twee (korte) instrumenten ingezet waarmee de door de jongere beleefde kwaliteit van de sessie (Session Rating Scale) wordt gemeten en gerelateerd aan hoe de jongere zich voelt (Outcome Rating Scale). Door deze opzet kunnen met weinig extra inspanningen voor de betrokkenen niet alleen uitspraken worden gedaan over de effectiviteit van de poliklinische behandeling, maar ook over de kwaliteit van de therapeutische alliantie en de relatie hiervan met de effectiviteit van de behandeling.

In 2009 zijn de voorbereidingen getroffen voor het volgende onderzoek, dat in 2010 wordt uitgevoerd

• Verlies tienermoeders niet uit het zicht!; een inventarisatie van knelpunten in de (continuïteit van) zorg voor jonge moeders, een onderzoek van Lucertis en de Parnassia Bavo Academie, met subsidie van het Ministerie van VWS.

Verder zal Lucertis in 2010 participeren in diverse multicenter onderzoeken waarvoor de voorbereidingen in 2009 zijn getroffen:
• Risicojongeren met ADHD leren plannen en organiseren: een behandelstudie naar de korte en lange termijn effecten, een onderzoek van de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam en verschillende GGZinstellingen, waaronder Lucertis, met subsidie van ZonMw.

• Behandeling van PTSS/traumatiserende rouwreactie bij kinderen: een gerandomiseerde trial tussen Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie en Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR), een onderzoek van de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam en verschillende GGZinstellingen, waaronder Lucertis, met subsidie van GGZ Rivierduinen.

• Project ‘Social Spectrum Study'; onderzoek naar Autisme Spectrum Stoornissen in Zuid West Nederland, van ErasmusMS Sophia Kinderziekenhuis en diverse GGZ instellingen, waaronder Lucertis.