Genderdysforie bij kinderen en jongeren

Kinderen en jongeren kunnen heel sterk het gevoel hebben dat ze tot het ‘andere’ geslacht behoren of dat ze in elk geval niet ‘jongen’ of ‘meisje’ zijn ook al staat dat op hun geboortekaartje.  Deze gevoelens kunnen samengaan met psychische klachten als somberheid, sociale angst en een laag zelfbeeld.

Problemen bij of naast genderdysforie

Genderdysforie als zodanig is niet te behandelen. Dat is ook meestal niet de vraag of de wens van ouders die hulp zoeken in verband met hun kind. Zij vragen zich af hoe serieus ze de gevoelens van hun kind moeten nemen wanneer het aangeeft een jongen te (willen) zijn, terwijl het toch als meisje ter wereld is gekomen of wanneer hun zoontje alleen maar met meisjes en meisjesdingen speelt en graag mooie jurken wil dragen en zijn nagels wil lakken. Zij willen ruimte geven, maar zijn vaak onzeker over het werkelijke gevoel en belang van hun kind en hebben, net als hun kind, te maken met een maatschappij die maar beperkt ruimte voor niet alledaagse genderexpressie toelaat. Niet zelden is er sprake van bijkomende ontwikkelingsvragen of reeds gestelde diagnoses bij kinderen met genderdysforie of in elk geval een atypische ontwikkeling van de genderidentiteit.

Bekend is dat bij kinderen die aangemeld worden vanwege (een vermoeden van) genderdysforie significant vaak ook sprake is van (een vermoeden van) ASS, ADHD/ADD etc.

Op welke leeftijd de genderdysforie ook wordt onderkend, het kind of de jongere heeft zich vaak al langdurig niet begrepen gevoeld en gekwetst door degenen die dicht bij hem/haar staan. Er is meestal geen identificatiemogelijkheid in de naaste omgeving en er zijn vaak gevoelens van schaamte, onlust of onveiligheid. Deze kinderen lopen een groter risico gepest te worden. Ook wanneer zij wel ruimte krijgen om zich te uiten zoals zij zich voelen kunnen deze gevoelens in de weg zitten en kan de buitenwereld confronterend zijn. In de klinische praktijk valt op dat depressieve gevoelens bij genderdysfore jongeren regelmatig vastgesteld worden, vaak in combinatie met een laag zelfbeeld en schuldgevoelens jegens de gezinsleden.