Blue Monday

Nooit meer Blue Monday... tips tegen je dip

Vandaag is het Blue Monday, beter bekend als de meest deprimerende dag van het jaar. Iedereen heeft wel eens een rotdag: je baalt, voelt je somber of alleen en hebt nergens zin in. Je hebt een dip. Zo'n dag ertussendoor is heel normaal, de dip gaat meestal vanzelf weer over. Soms gaat een rotgevoel niet vanzelf weg en is het goed om in actie te komen om te voorkomen dat je dip een depressie wordt.

Wat kan je zelf doen?

Als je niet lekker in je vel zit, last hebt van stress, slecht slaapt, kan je zelf veel doen om meer grip op je leven te krijgen. We geven je graag wat tips.

1. Geef toe
Het is gemakkelijk om te denken dat je klachten vanzelf over gaan, maar vaak is dit niet het geval. Geef daarom aan jezelf toe dat je depressief bent. Dan ben je eerder geneigd om hulp te zoeken.

2. Praat erover met anderen
Je hoeft zich niet te schamen voor je depressie. Jouw vrienden of familie kunnen een goede steun voor je zijn.

3. Kies voor regelmaat
Regelmaat helpt om grip op je leven te houden. Op tijd naar bed, op vaste momenten eten en vaste rustmomenten geven jou houvast. Laat je leven niet bepalen door depressie. Je bent zelf de baas!

4. Beweeg regelmatig
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat bewegen helpt tegen een depressie. Ga wandelen of fietsen of kies een leuke sport. Het leukste is om dit samen te doen met familie of vrienden.

5. Ga leuke dingen doen
Hoe onaantrekkelijk het ook lijkt om verplicht ‘leuke dingen' te gaan doen; het helpt echt!

6. Zeg ongezonde gewoonten vaarwel
Roken, drinken, middelengebruik of ongezond eten is absoluut uit den boze als je depressief bent. Deze ongezonde gewoonten kunnen een depressie zelfs verergeren.

Soms is er meer hulp nodig dan deze tips. Neem dan contact op met huisarts. Hij weet goed welke hulp het beste bij je past.
 

Omgaan met kinderen en jongeren met een depressie

  • Benoem de dingen die goed gaan.
  • Ga na waar het kind of de jongere nog (enig) plezier aan beleeft en stimuleer dit.
  • Luister oprecht en actief, zonder oordelen. Geef ook eigen gedachten en gevoelens weer.
  • Informeer naar de klachten, stel concrete vragen, stel niet teveel eisen. Neem de klachten serieus.
  • Help met het stellen van haalbare doelen, visualiseer deze en stimuleer om de doelen te behalen.
  • Stimuleer lichaamsbeweging.
  • Geef steun en biedt oplossingen voor de besproken problemen.
  • Stimuleer de jongere om er met de ouders over te praten en indien nodig om hulp te zoeken.
  • Probeer een positief uitzicht op de toekomst te geven.
  • Maak afspraken en blijf in gesprek.